Tips van je online apotheker tegen luizen

Een nieuw schooljaar = luizenseizoen! Binnenkort gaan je kinderen terug naar school en zien ze al hun vriendjes en vriendinnetjes weer. Maar naast een vrolijk weerzien, nieuwe lessen en misschien een nieuwe leerkracht is het nieuwe schooljaar ook het hoogseizoen voor luizenplagen. Hoe vaak hoor je niet dat er een volledige klas besmet is met luizen en neten, met alle vervelende gevolgen van dien? Maar kun je een luizenbesmetting eigenlijk wel voorkomen en zo ja, hoe? En belangrijker, wat moet je doen als het te laat is en je kindje thuiskomt met een hoofd vol luizen? Je online apotheker helpt de jeuk te verlichten!

Luizen en neten

Hoofdluizen zijn twee tot drie millimeter groot: het mannetje is kleiner dan het vrouwtje. In nuchtere toestand zijn ze grijswit en na hun “maaltijd” zijn ze roodachtig: ze zuigen zo’n vijf tot zes keer per dag bloed uit de hoofdhuid en de beet kan een vervelende jeuk veroorzaken. Luizen leven dicht tegen de hoofdhuid waar ze zich voeden met bloed en ze houden vooral van warme plekjes (achter je oren of in je nek).

Volwassen vrouwtjes leggen tot tien eitjes per dag. De eitjes (of neten) lijken op schilfertjes, maar ze zitten stevig vastgeplakt in het haar en komen uit na ongeveer zeven dagen. Zo’n twee weken later zijn ze volwassen en kunnen de vrouwtjes al eitjes leggen. Volwassen hoofdluizen leven zo’n dertig dagen en kunnen in die tijd tot 300 eitjes leggen.

Luizen opsporen

Controleer regelmatig of je kind hoofdluizen heeft! De meest efficiënte en betrouwbare wijze om na te gaan of je kind luizen heeft, is de zogenaamde “nat-kam-methode”:

  • Maak het haar van je kind nat met lauw water;
  • Wrijf het natte haar overvloedig in met conditioner en kam de knopen uit het haar;
  • Kam het haar van achter (van de nek) naar voor (naar het voorhoofd) met een speciale luizenkam. Kam daarbij ook heel goed achter de oren en druk de kam goed tegen de hoofdhuid;
  • Veeg je kam telkens af aan een witte zakdoek, servet of keukenpapier en kijk of je luizen ziet: de grijswit tot bruine luizen vallen gemakkelijk op tegen de witte achtergrond.

Behandeling

Behandel meteen als je hoofdluizen ontdekt! Grijp meteen in als je hoofdluizen ontdekt, want ze verspreiden zich erg snel – voornamelijk door direct hoofdcontact. Ook is het cruciaal om iedereen met luizen tegelijkertijd te behandelen, want anders is er een groot risico op (her)besmetting.

Bescherming

Controleer gedurende twee weken iedereen in huis minstens een keer per week met de nat-kam-test om besmetting van andere gezinsleden te voorkomen. Met de juiste preventieve maatregelen kun je het risico op (her)besmetting aanzienlijk verminderen:

  • Was mutsen, kappen en kussenslopen op 60°C;
  • Houd voorwerpen die niet in de machine mogen of die niet gewassen kunnen worden minstens twee dagen in een hermetisch afgesloten plastic zak;
  • Leg kleine voorwerpen (zoals borstels, kammen en knuffels) minstens acht uur in een plastic zak in de diepvries;
  • Leer kinderen dat ze hun mutsen, sjaals, kleren en knuffels niet mogen uitwisselen.

Mythes en feiten over luizen

Ten slotte geven we je nog graag negen mythes en feiten over luizen die je misschien nog niet wist:

  • Mythe: hoofdluizen springen van het ene hoofd op het andere. Feit: een luis springt of vliegt niet, maar loopt met een snelheid tot dertig centimeter per minuut. Besmetting gebeurt vooral via (zelfs zeer kortstondig) rechtstreeks hoofdcontact, maar ook door uitwisseling van voorwerpen die in contact kwamen met het haar (bv. mutsen, sjaals, haarbanden, petten, mantels, kammen, haarborstels …).
  • Mythe: luizen komen enkel bij kinderen voor. Feit: iedereen kan hoofdluizen krijgen, maar ze komen het vaakst voor bij kinderen van drie tot twaalf jaar door hun intensieve onderling contact.
  • Mythe: luizen hebben gaat altijd gepaard met jeuk. Feit: de jeuk is het resultaat van een allergische reactie op het speeksel dat luizen bij het bijten injecteren in de hoofdhuid. Maar niet iedereen is daar allergisch aan, dus je kan luizen hebben zonder te hoeven krabben!
  • Mythe: als je luizen hebt, moet je je haar heel kort knippen om ervan af te raken. Feit: luizen leven sowieso dicht tegen de hoofdhuid waar ze zich voeden met bloed. Het haar kort knippen heeft dus geen zin. De luis zal enkel nog dichter bij de hoofdhuid komen.
  • Mythe: luizen zijn te wijten aan een gebrek aan hygiëne. Feit: ook als je je haar elke dag wast, kan je hoofdluizen krijgen. Dat heeft niets te maken met een gebrek aan hygiëne: luizen hebben geen voorkeur voor proper of vuil haar.
  • Mythe: alle gezinsleden van een besmet kind moeten onmiddellijk behandeld worden. Feit: als je geen luizen of neten vindt met de nat-kam-methode, wordt ten sterkste afgeraden om een antiluizenbehandeling toe te passen. Die behandelingen roeien enkel de aanwezige luizen uit, maar voorkomen geen luizen. Er zijn wel speciale preventieproducten beschikbaar.
  • Mythe: luizen zitten in bedden, matten, zetels en kledij. Feit: buiten het haar overleeft een luis hooguit 24 uur. Is een luis in een muts of de zetel terechtgekomen, dan zal die binnen twee dagen sterven.
  • Mythe: luizen voorkom je door je haar vaker te wassen. Feit: luizen overleven een wasbeurt. Als luizen in contact komen met water, klampen ze zich stevig vast aan het haar. Ze kunnen ook ‘hun adem inhouden’ door de holtes waarlangs ze ademen af te sluiten.
  • Mythe: luizen voorkomen is cruciaal, want ze verspreiden ziektes. Feit: hoofdluizen zijn erg vervelende beestjes, maar ze zijn niet schadelijk voor je gezondheid. Ze kunnen wel jeuk veroorzaken, maar brengen geen ziektes over.

Bron: Silikom